Als daar muziek voor is… acht gedichten van Vasalis

Home | Als daar muziek voor is… acht gedichten van Vasalis

Met voldoening kijk ik terug op het proces dat ik heb doorgemaakt bij het componeren van mijn Vasalis liederencyclus. Zelden kreeg ik mijn muziek zo moeiteloos op papier als deze keer. Ik denk dat dit moet samenhangen met de poëzie die ik als inspiratiebron heb mogen ervaren. Door me in te leven in wat de dichter beschrijft en te luisteren naar de wijze waarop zij het verwoordt kwamen de ideeën vanzelf bij me op.

De poezie van Vasalis helpt ons de werkelijkheid van alledag als vreemd, als nieuw te zien. Zij toont ons de geheimzinnigheid van het gewone. Zo schrijft zij in het vierde gedicht hoe het hart, gewekt door vogelgezang, wil zwellen en kleiner worden. Met deze onverwachte paradox suggereert zij hoe het hart rukt aan zijn grenzen, om vervolgens het pijnlijke geluk van dat moment zo ijl mogelijk te kunnen verwerken.
Vasalis heeft het vaak over vogels. Bij het horen van de bange kreten van de merel – een vonkenregen van verlangen – beseft de dichter dat een geliefde er niet meer is. En wanneer de dichter in het zevende gedicht geen vogels hoort zijn de rust en de stilte alleen maar schijn: het hart van een cycloon.
De gewone dingen die we meemaken hebben altijd weer raakvlakken aan vroegere ervaringen. Zelfs al is de beleving tegengesteld. De grimassen die we op latere leeftijd trekken kunnen vol herinnering zijn aan vroeger lachen, aldus het laatste gedicht.
De dichter Vasalis was niet minder dan de psychiater Leenmans er van doordrongen hoe ingrijpend het onbewuste meespeelt in de gewone ervaringen van alledag. Zo schrijft zij in een brief aan Gerard Reve: ‘Dromen zijn onze slaap-gedachten: zo denkt men als de buitenwereld even zijn bek houdt. Een gedicht dat goed is heeft de eigenschappen van een droom.’ Zo kun je dromen dat je droomt en hoe in deze dubbele sensatie het landschap er uit ziet als een versteend, van te nabij gezien oud gelaat (gedicht 7).
Vasalis wilde in haar gedichten het onmiddellijke, lijflijke van het leven in woorden vatten. In een brief aan Ida Gerhard schrijft ze: ‘Naar mijn gevoel (al weet ik beter) waren mijn gedichten altijd een commentaar op het leven, dus altijd minder.’ Merk op dat ze haar gevoel meteen corrigeert door de kanttekening (al weet ik beter).
Vasalis heeft veel meer geschreven dan de 100 gedichten die ze in drie bundels publiceerde. In haar dagboek lezen we: ‘Het echte schrijven moet een vorm van leven zijn en niet alleen commentaar.’ Wat ze met dat echte schrijven bedoelt wordt duidelijk als ze in de inleiding tot de bloemlezing De dichter en de zee opmerkt: ‘Wat moet ik over de zee schrijven? […] Ik hoor er thuis en er over schrijven geeft een zekere vervreemding […] Een vers over de zee is wat anders dan “over de zee schrijven”. In een vers behoudt men wat men zogenaamd prijs geeft. De vorm is voor mij water-dicht en proza lekt.’

Citaten zie: Maaike Meijer: M. Vasalis, een biografie , Amsterdam 2011 resp. p. 791, 796, 74, 573.