Biografie

Home | Biografie

Wim Dirriwachter, geboren in 1937 te ’s-Hertogenbosch, studeerde aan het Brabants Conservatorium compositie bij Jan van Dijk, piano bij Jan Wijn en schoolmuziek bij Cor de Man. Na voltooiing van zijn studie bekwaamde hij zich enige jaren in orkestdirectie bij Piet Ketting. Van 1960 tot 1975 was hij als muziekleraar werkzaam aan de Pedagogische Akademie te Tilburg. Hij was oprichter en 5 jaar dirigent van het Tilburgs Vocaal Ensemble. Als dirigent van het Toonkunstkoor Tilburg trad hij regelmatig op met het Brabants Orkest. Van 1975 tot 1998 was hij verbonden aan het Conservatorium Groningen, waar hij naast het hoofdvak schoolmuziek de muziektheoretische vakken en compositie doceerde. Na die tijd treedt hij regelmatig op als pianist, o.m. met de violiste Anneke Volbeda en de celliste Greet Kooi onder de naam pianotrio Concordante.

Als componist heeft Dirriwachter zich altijd graag laten uitdagen door de vraag vanuit zijn eigen muziekpraktijk. Zo ontstonden in de tijd dat hij leraar was aan de Pedagogische Akademie verschillende werken met een pedagogisch-didactisch doel, waaronder een verzameling volksliedzettingen voor het basisonderwijs, Speel de Balalaika (1972), en verschillende kleine werken voor schoolkoor. In 1973 bracht hij met de bas Gerard Reker, het Toonkunstkoor en het Brabants Orkest de eerste uitvoering van zijn Todesfuge  op tekst van Paul Celan. Zijn activiteit als pianist was voor hem aanleiding tot het componeren van zijn 10 Etudes voor piano (1974). En voor het Tilburgs Vocaal Ensemble schreef hij zijn Missa Brevis (1975).

In zijn Groningse tijd leidde Dirriwachter het conservatoriumorkest bij de eerste uitvoering van zijn Promvariaties (1978) tijdens een promenadeconcert ter afsluiting van de Nederlandse muziekweek  in De Oosterpoort te Groningen. Voor zijn collega, de sopraan Jitske Steendam, met wie hij jarenlang een duo vormde, schreef hij zijn Vier Spaanse Volksliederen (1980). In hetzelfde jaar had een nieuwe jaargroep schoolmuziekstudenten een zodanige instrumentale specialisatie dat een interessant ensemble geformeerd kon worden. Voor hen bewerkte Dirriwachter zijn 12 Europese Volksliederen. Voor zijn collega Rob Smit, dirigent van het jeugdorkest JMSO, componeerde hij in opdracht van de NCRV Le Tambour et l’Amour (1985).

Toen in het voortgezet onderwijs muziek als eindexamenvak werd geïntroduceerd ontstond een grote behoefte aan geschikte ensemblemuziek. Van de Vereniging Leraren Schoolmuziek kreeg Dirriwachter het verzoek een werk voor variabele bezetting te schrijven: Griekse Dansen (1986). Een lustrumviering van het Conservatorium Groningen was de aanleiding voor het componeren van de koorliederencyclus  I shall keep singing! (1989) op teksten van Emily Dickinson. Bruno de Greeve gaf er in De Oosterpoort de eerste uitvoering van met het kamerkoor van het conservatorium en vier instrumentalisten.

In de jaren ’90 verplaatsten zijn werkzaamheden aan het conservatorium zich naar de muziektheoretische vakken. Voor zijn analyselessen vertaalde Dirriwachter Fundamentals of Musical Composition van Arnold Schoenberg, uitgegeven onder de titel Grondslagen van de Klassieke Compositie (Van der Eems, Oosterend 1992).

Zijn Sonate voor twee gitaren (1993) droeg Dirriwachter op aan het Groninger Gitaarduo Remco de Haan en Eric Westerhof. Samen met zijn collega, de altist Kees Dekkers, en het conservatoriumorkest verzorgde hij in De Oosterpoort de eerste uitvoering van zijn altvioolconcert Mixing memory and desire (1994). Voor Kees Dekkers schreef hij ook zijn 24 Etudes voor Altviool (1996). Diverse muziekstudenten vroegen  en kregen een nieuw stuk dat ze graag tijdens hun eindexamen ten gehore brachten: Drie Liederen op teksten van Leo Vroman (1985) voor de bariton Gerrit Jan Rutgers, Vijf Volksliederen van de Hebriden (1992) voor de altus Jan Zwerver en de harpiste Femke den Teuling en  Four Movements (1998) voor de klarinettiste Yfynke Hoogeveen en de pianiste Loes van Ras. Tijdens zijn laatste jaar aan het conservatorium bracht de Afrikaanse student Felix Nassi hem op het spoor van de West-Afrikaanse muziektraditie. Dit leidde na de nodige transcripties en arrangementen tot een werkbezoek aan Cotonou in West-Afrika en uiteindelijk tot de koorliederencyclus  Un wa e loo (2001) voor gemengd koor en acht instrumenten.

Na het beëindigen van zijn werkzaamheden aan het conservatorium bleven oud-collega’s en oud-studenten geïnteresseerd in nieuw werk. Met het Jeugdkoor Hoogezand o.l.v. Wim van der Laar maakte hij voor uitgeverij Intrada te Heerenveen opnamen van de schoolbundel Speel de Balalaika (1972/2000) waarvoor hij nieuwe pianobegeleidingen schreef. In 2002 speelde Loes van Ras een selectie uit de pianobundel  Textures & Structures  in Pictura te Groningen. In 2004 vond in de Musikhalle te Hamburg de première plaats van Blanco op tekst van Octavio Paz, uitgevoerd door de bas Frederick Martin en het koor en het orkest van de Universiteit Hamburg o.l.v. Bruno de Greeve. Voor de violiste Anneke Volbeda en de celliste Greet Kooi, met wie Dirriwachter het pianotrio Concordante vormt, schreef hij A Happy Birthday with the Classics (2006). Bij uitgeverij De Haske te Heerenveen verscheen 12 European Dances (2008) voor viool en piano, opgedragen aan Anneke Volbeda en leerlingen van haar vioolschool.

Libertà va cercando (2007) is de titel van een kleine cantate voor gemengd koor en blaassextet op versregels uit La Divina Commedia van Dante Alighieri dat op 13-11-2010 in première ging in de Damkerk te Hoogezand, uitgevoerd door het vrouwenkoor HoraS en instrumentalisten o.l.v. Wim van de Laar. Voor het 25-jarig bestaan van de vrijmetselaarsloge Adon Hiram componeerde Dirriwachter de orgel-suite Royal Ark Music (2010). Op 20 april 2013 werd in de Pelgrimvaderskerk te Rotterdam, Delfshaven de eerste uitvoering gegeven van de koorliederencyclus Nel fuggir del tempo (2012) op teksten van Michelangelo door het vocaal ensemble Tiramisu o.l.v. Niels Kuijers m.m.v. Stefan Gerritsen, gitaar. Voor Anneke Volbeda en haar leerlingen van de Doesburg Vioolschool te Drachten schreef hij 24 Violin Duos (2013) en 24 Violin Trios (2013). In hetzelfde jaar ontstond een bewerking voor viool, cello en piano van Ravels Ma mère l’oye, opgedragen aan het Trio Concordante. Onlangs voltooide Dirriwachter zes liederen voor bariton en piano met als titel Nördlich der Zukunft (2014)De teksten zijn ontleend aan de dichtbundel Atemwende van Paul Celan. De eerste uitvoering in besloten kring werd gegeven op 28 juni 2014 door de bariton Arjo Tibben en de componist aan de piano in het Oelzweighaus te Bremen. Op 19 april 2015 gaf het Concertkoor en het Veenkoloniaal Symfonie Orkest o.l.v. Lubertus Leutscher in de Grote Kerk te Wildervank een uitvoering geven van Eight European Folksongs.

In augustus 2015 bracht Dirriwachter opnieuw een werkbezoek aan Cotonou in West-Afrika. Hij gaf er workshops aan componisten en werkte een week met de muziekkapel van de nationale politie. Naar aanleiding van deze contacten ontstond Chants du Bénin (2016) voor gemengd koor en symfonie-orkest. De koorklas van het Istituto Distruzione Superiore te Padua gaf op 21 mei 2016 een uitvoering van Dies Irae per l’America Latina. Op 16 en 18 december 2016 gaf de Utrechtse Studenten Cantorij o.l.v. Fokko Oldenhuis een uitvoering van Nel fuggir del tempo op teksten van Michelangelo. Op 20 januari 2017 werd Dirriwachters 80-ste verjaardag gevierd met o.m. de eerste uitvoering van zijn Four alternative Madrigals (2016) door een koor van studenten en alumni van de opleiding Docent Muziek van het Prins Claus Conservatorium te Groningen o.l.v. Louis Buskens. Op 30 september 2017 vond in het logegebouw van de vrijmetselaars te Groningen een uitvoering plaats van Libertà va cercando (2007) op versregels uit Dantes Commedia. De eerste uitvoering van Gegenstimme (2018) voor gemengd koor, saxofoonkwartet en slagwerk op gedichten van Paul Celan werd gegeven door de Utrechtse Studenten Cantorij o.l.v. Fokko Oldenhuis i.s.m. AXES Saxofoonkwartet o.l.v. Ties Mellema en Tatiana Koleva, slagwerk op 30 maart 2019 in de Nicolaïkerk te Utrecht en op 31 maart 2019 in de Zuiderkerk te Amsterdam. Een uitvoering van Four alternative Madrigals door de Utrechtse Studenten Cantorij o.l.v. Fokko Oldenhuis op 27 maart 2020 in de Oosterkerk te Amsterdam en op 29 maart 2020 in de Nicolaïkerk te Utrecht ging niet door i.v.m. het coronavirus. Voor de nationale feestdag in Bénin, 1 augustus 2020, werd de nationale hymne Tohàn Benéétòn bewerkt voor koor, fluit, piano, contrabas en slagwerk. Op 3 oktober 2021 werd het lied Arte Poetica op tekst van Jorge Luis Borges voor het eerst uitgevoerd door Else-Linde Buitenhuis, sopraan en Eline Bergmann, piano in het kader van de serie Dorpskerkconcerten Haren. Op 26 februari 2023 voerde de Utrechtse Studenten Cantorij o.l.v. Fokko Oldenhuis Four alternative Madrigals (2016) uit in de Geertekerk te Utrecht. Op 18 maart 2023 speelde Dirriwachter zijn Prelude, Fuga en Fantasie op het Schnitgerorgel van de Hervormde kerk te Peize t.g.v. de viering van het negende lustrum van de vrijmetselaarsloge ‘In Tenebris Lux’. Op 23 maart 2024 speelden Jelmer de Moed en Rik Kuppen Four Movemets tijdens een optreden in Dat Bolwerck in Zutphen.

Samenvatting

Wim Dirriwachter, geboren in 1937 te ‘s-Hertogenbosch, studeerde aan het Brabants Conservatorium compositie bij Jan van Dijk, piano bij Jan Wijn en schoolmuziek bij Cor de Man. Na voltooiing van zijn studie bekwaamde hij zich enige jaren in orkestdirectie bij Piet Ketting. Van 1960 tot 1975 was hij als muziekleraar werkzaam aan de Pedagogische Akademie te Tilburg. Hij was oprichter en 5 jaar dirigent van het Tilburgs Vocaal Ensemble. Als dirigent van het Toonkunstkoor Tilburg trad hij regelmatig op met het Brabants Orkest. Van 1975 tot 1998 was hij verbonden aan het Conservatorium Groningen, waar hij naast het hoofdvak schoolmuziek de muziektheoretische vakken en compositie doceerde.

Als componist laat Dirriwachter zich graag uitdagen door opdrachten vanuit de muziekpraktijk. Zo schreef hij allerlei werken voor koor in combinatie met uiteenlopende instrumentale bezettingen. Daarnaast ontstonden diverse werken, zowel voor groot orkest als voor de kamermuziek praktijk. Een steeds terugkerende bron van inspiratie is voor hem de volksmuziek. Hij bewerkte honderden volksliederen uit allerlei landen, met aandacht voor de karakteristieke couleur locale, verborgen in de vaak modale melodieën. In dat kader bezocht hij in 2000 en 2015 Benin in West-Afrika om er de traditionele muziek te bestuderen en transcripties te maken voor nieuwe composities.

Summary 

Wim Dirriwachter, born 1937 in ‘s-Hertogenbosch, The Netherlands, studied Composition with Jan van Dijk, the piano with Jan Wijn and Music in Education with Cor de Man, all at the Brabant Conservatory. After finishing his studies there, he took up orchestral direction with Piet Ketting for several years. Between 1960 and 1975, he worked as a music teacher at the teacher training college in Tilburg. He founded the Tilburgs Vocaal Ensemble, which he conducted for five years. As conductor of the choir Toonkunstkoor Tilburg, he regularly performed with the regional symphony orchestra, Brabants Orkest. From 1975 to 1998, he worked at the Groningen Coservatory, teaching a major in Music in Education as well as courses in Music Theory and Composition.

As a composer, Dirriwachter has always gladly accepted commissions from practicing musicians. Thus he composed several works for choir and various instrumental casts. In addition, he composed all sort of works, both orchestral and chamber music. Folk music is a constant source of inspiration for him. He arranged hundreds of folksongs from different countries, observing the local colour, hidden in the modal melodies. In 2000 and 2015, his quest for folk songs brought him to Benin, West Africa, to study the traditional music there and make transcriptions.